Logboek

Logboek

Onze avonturen

Op elk artikel kunnen jullie reageren door onder het artikel op "reacties" te klikken...

Onze zomer 2013 in een notendop

Middellandse zeePosted by Nico Sat, January 11, 2014 18:08:59

Eens buiten het luchthavengebouw draaiden we linksaf richting de nieuwe bushalte waar de stadsbus stond die ons naar het treinstation van Charleroi zou brengen. Toen wandelden we nog. Sonja met een 20kg zware tas op wieltjes. Ikzelf met 2x 10kg aan handbagage. Onweerstaanbaar ging ons wandelen over in stappen en onmerkbaar veranderde het stappen naar lopen, om dan uiteindelijk bij het zien van het knipperen van de linker richtingsaanwijzer van de bus, uit te monden in sprinten. Na zo’n 250 meter was ik met links en rechts slingerende bagage genaderd tot op zo’n 10 meter van de bus, toen door een simpele druk van de rechtervoet van de chauffeur, het gevaarte zich in beweging zette, zonder zich ook maar de bekommeren om het lot van twee aanstormende thuiskomers. Zelfs een ultieme meters verre slingerbeweging met één van de zakken, noch ons “STOP” geroep (door de inspanning kon ik niet onmiddellijk op het Franse “ARRET” komen) konden de stoplichten doen rood gloeien. Twee toeristen vol ongeloof, woede, met moordneigingen maar vooral in ademnood, bleven verweesd achter op een verlaten, afgelegen en duistere terminus…

Terwijl het bordje “Charleroi-Sud” nu en dan opflikkerde door een kapotte neonlamp, dwaalden wij rond in de donkere catacomben van het treinstation, toen we werden aangesproken door een Frans sprekende landloper, die ik met een simpele “NON” de mond snoerde vooraleer hij heel z’n litanie over zijn misérable bestaan op ons wou afvuren…

Iets verder kwam een zeventiger hangend aan de schouders van een donkerkleurig hoertje aangestrompeld, waarbij zijn kwijl tussen de spleet van haar borsten liep, en zij hem tussen de klapdeuren van de treinwagon probeerde te persen. Drie zitjes achter ons lag hij luid te kreunen alsof hij zijn sessie van het afgelopen uur herbeleefde…

Tijdens de volgende 3 minuten kregen wij het bezoek van twee bedelaars waarvan één in korte broek en sandalen en dat in putje winter, die honger had en één met een hond die honger had. Tussen deze twee heren in kwam een man schuin naast ons gezeten, naar ons toe om alstublieft zijn treinkaart in te vullen. Wij vermoedden dat hij niet kon schrijven …

Het ó zo vertrouwde fluitsignaal met Franse “RRRRR….” van de treinconducteur bracht redding en traag schoof al deze ellende aan ons voorbij. We keken elkaar aan en dachten waarschijnlijk het zelfde : “Welkom in België!”

Intussen zijn we al volledig terug ingeburgerd, lopen gestresseerd rond met overvolle agenda, feest nà feest afschuimend, dakloos en dus volledig afhankelijk van het medelijden van onze vrienden en familie, en terwijl aftellend naar de geboorte van ons vierde kleinkindje ergens halfweg februari. Maar nu op deze rustige zondagnamiddag ergens in een residentieel huis rond Tielt, halen we onze herinneringen van de laatste zeven maanden terug boven.

Halfweg juni lukte het ons uiteindelijk toch om ons los te rukken van het wondermooi Barcelona met haar Sagrada Familia, Parc Guell, haar voetbaltempel Nou Camp en La Rambla inclusief drugverkopers. Snow Goose dreef van de ene Cala naar de andere en net toen we ons alleen op de wereld waanden, hoorden we een oerschreeuw weergalmend over de volledig verlaten baai “NICO MUYLLAERT !!!”. Verwondering, verwarring, ongeloof… Niemand wist immers waar we ons anker hadden laten vallen en plots hoor je daar je naam weergalmen. Bleek het toch wel een schoolvriend van zéér lang geleden te zijn, die “toevallig” op zoek was naar een vriend en een bed om te slapen. Dat Zwitsers (Arnold woonde intussen in Zwitserland) kunnen drinken, werd die avond probleemloos bewezen, en nà een nachtje boemelen op ons eigen schip, verdween onze verrassende gast terug richting het dak van Europa.

Een bezoek aan het duikmekka van onze duikclub RDK in Cala Joncols kon natuurlijk niet ontbreken aan ons vaarschema. Een nachtduik onder leiding van Peter en Marion, een onderricht over onderwaterfotografie en een rustig zeiltochtje naar Cadaques sloot ons verblijf langs de Spaanse kust voorlopig af.

Bakken regen in Cannet-en-Roussilion; een blaasontsteking; een “merde, connard, trou du cul” en nog van dat, dat ik als antwoord kreeg toen ik een Franse bestuurder aansprak omdat hij zomaar zonder de minste schroom, vuiligheid door zijn autoraampje vlak voor ons op straat dumpte; sextoerisme in Agde; armoede in de buitenwijken van Perpignan; gekneusde ribben bij het aanleggen in één of ander piepklein plaatsje; verblijf in de grootste maar ó zo dode jachthaven van Europa: Port Camarque, bracht ons uiteindelijk op quatorze juillet naar de moeder der Franse havens : Marseille!

Een vuurwerk om nooit meer te vergeten midden in de haven tussen bomvolle boten vol met Marseillaisen en daags nadien een lijdensweg bij 40 graden celcius naar Notre Dame de la Garde tronend hoog boven de stad nam blijkbaar zoveel energie van ons dat we de drukte ruilden voor het Caraïben gevoel van l’Ile de Porquerolles. Verse croissants, frisse pintjes, ijsjes,….werden zomaar aan boord geleverd met behulp van alle soorten bijboten.

Zalig, ware het niet dat daar nà een aantal paradijselijke dagen, op een namiddag een storm overkwam waarbij bijna alle boten ervandoor gingen richting haven, en wij met enkele achterblijvers getuige waren hoe een op drift geslagen onbemande boot een ravage aanrichtte bij een buurboot, bemand door een tiental in paniek geraakte jongeren. Buiten de averij liep alles uiteindelijk gelukkig goed af. Wijzelf verloren op diezelfde plaats een peddel van de bijboot, die we nadien terugvonden, en een sleutelbos, die we niet terugvonden …

De Franse Rivièra gleed onder onze kiel door en zo bereikten we de Baie de Canebiers vlakbij het mondaine St. Tropez, waar we naast een superjacht “Roma” ons 35kg Bruce anker lieten vallen. Wegens te veel paparazzi en een enorme deining door een constante stroom superjachten die de baai van St. Tropez binnen en buiten voeren, verkasten we naar een rustiger plaatsje net voor een klein strandje. Hier waren we getuige van een verbluffende evenwichtsoefening. Probeer eens zo lang mogelijk rechtopstaande gewoon op een normaal tempo in een rondje te draaien. Hoelang zou je dit kunnen volhouden zonder te vallen denk je ? Eén minuut, twee minuten, … Wel, de niet meer zo jonge dame die helemaal alleen op het strandje stond slaagde er in om één volledig UUR rond haar as te draaien zonder ook maar één keer haar evenwicht te verliezen. Onvoorstelbaar! Vreemde vogels daar!

Een aantal vrienden kwamen ons hier opzoeken. In St. Tropez waren dit Carina en Jef, waarbij deze laatste en ikzelf bijna een boete aangesmeerd kregen om in blote borst rond te fietsen op zoek naar een duikcentrum om onze duikflessen te vullen. We hadden beter Carina en Sonja gestuurd :-)

In Cannes was het de beurt aan Hilde, Filip en kroost om ons tijdelijk te vervoegen. Spectaculair werd het hier want diezelfde week was er een grote diamantenroof in het Carlton hotel aan La Croisette, en waren we getuige van een felle brand van het controleplatform tijdens een Europese vuurwerkwedstrijd.

Zoals menig zeiler hebben ook wij eens pech gehad bij het wegvaren uit één of andere meerplaats : motor aan, in achteruit gezet en … touw in schroef gedraaid. Bij nazicht onder water kreeg ik toen echter bijna een hartinfarct : niet alleen was de schroefas alsook de schroef volledig omwenteld door de dikke meertouw, ook de zware ketting waaraan de meertouw was bevestigd was als een kluwen rond dit alles gedraaid! Nà veel gevloek en onderwater-gepruts bleek als bij wonder dat we geen schade opgelopen hadden. Oef!

Onderweg naar Villefranche zagen we het fenomenale bootje van Abramovich (“Eclipse” 165m x 23m, met helikopter en zeilboot op haar dek natuurlijk) om in de baai te ankeren naast een cruiseschip. Deining of “swell” was ook hier een probleem zodat we tegen middernacht toch besloten om de zéér ondiepe haven binnen te sluipen. Met zo’n 10 cm water onder onze kiel vonden we uiteindelijk nog een gratis plaatsje in de overvolle haven.

Nadat we op 5 augustus in het wondermooi gelegen Beaulieu, vlakbij Monaco, ons 20 jarig jubileum hebben gevierd, en 20€ vergokten in evenveel seconden in het casino van Monte Carlo, voerde de wind ons naar San Remo, onze eerste Italiaanse haven.

Gezeten op een terrasje hadden we net onze lippen aan een koud pintje gezet toen een oudere man net naast ons onwel werd en zijn tafelgenoten nogal paniekerig reageerden. Onze 3-seconden-diagnose : verslikking. Sonja wou hem onmiddellijk bespringen met haar Heimlich-greep. Ik hield het op eens goed kloppen op zijn rug. Een toevallige verpleger, dokter, chirurg, enfin iemand met meer verstand van zo’n toestanden, stelde een andere diagnose : hartaanval! Heeft die man geluk gehad dat wij ons toen wijselijk op de achtergrond hebben gehouden….

Om te zeilen heb je nog altijd wind nodig. Bewijs hiervan is dat we van plan waren de volledige Italiaanse kust te volgen, doch daags nadien lieten we het anker vallen in … de baai van Calvi op Corsica. Blijkbaar hielden onze twee service batterijen het hier nà 13 jaar trouwe dienst voor bekeken en werden nieuwe gel batterijen besteld. De uiterst vriendelijke havenmeesters vergezelden ons naar een plaatsje net vóór een aantal rode boeitjes, die de omtrekken van een gezonken motorjacht markeerden. Twee maal raden wat de oorzaak van het zinken was. Juist, ja kapotte batterijen….

We hadden dus 2 weken om het eiland voor een stuk te verkennen en wat is nu beter dan dit te doen met een scooter ? Wij crosten in prachtig weer rond in de bergen, zigzaggend tussen de koeien, varkens en geiten op de weg.

Intussen waren we door aangekondigde swell, verkast naar Port Toga, een haven vlakbij Bastia. Mooi, maar met een disco in de haven, niet echt rustig te noemen… Nà 14 dagen hadden we het hier wel gezien en via Elba (je weet nog wel … Napoleon) en Isola del Giglio (gekapseisd bootje Costa Concordia….) ging het naar een minuscuul klein haventje op de rivier de Tiber (Tevere), poort tot Rome. In afwachting van het bezoek van Carine en Franky huurden we een autootje en toerden één week rond in Toscane en Umbrië. Lago di Bolsena, Pitigliano, Savana, Sorano, Onano, Orvieta, Piancastagnaio, Abbadia, Salvatore, Monte Amiata, Montalcino, Siena, San Gimignano, Certaldo, Firenze, Arezzo, Gubbio, Assisi, Spello, Spoleto : werkelijk heerlijke plaatsen in een prachtig landschap.

Vier oude Belgen doorkruisten de volgende dagen de Romeinse straten en menig fotootje werd hier genomen. Onze gasten trakteerden ons met een overnachting in een mooi in het centrum gelegen hotel. Daags nadien was het onze beurt en zakten wij terug af naar het jazz-club restaurantje in onze haven, waar we na een heerlijke maaltijd vergast werden op een gelegenheids jazz bandje, bestaande uit diverse muziekanten die iedere vrijdagavond samenkomen om hun passie met ons te delen. Prachtig!

Twee uren bij de Guardia Costiera gezeten om dan uiteindelijk te horen dat we elders moesten inklaren; hemel en aarde moeten verzetten om een borgsom van 20€ terug te krijgen van een marinero; onderschept door de marine en belachelijk ver moeten omvaren rond een militaire zone; het toepassen van echt willekeurige liggelden; kortom tussen wij en de Italianen zal het nooit “amore grande ” worden. Het kan echter ook anders want in Acquamorte bijvoorbeeld kwam bijna heel het dorp kijken naar dit vreemde schip het als enige aandurfde er binnen te varen. Of in Salerno waar we tijdens het wachten op de start van het vuurwerk in gesprek raakten met een zéér bejaard koppel in … gebarentaal. En om misschien een voorbeeld aan te nemen : In de haven van Sant Agatha di Militello kregen we gratis vervoer naar de supermarkt en werd bovendien een GRATIS ontbijt aan boord gebracht!

Nà een bezoekje van RDK vrienden Natasha en Thomas en kok Stefaan, brak voor ons dag 500 aan. Op onze 2-daagse oversteek naar Sicilië kregen wij het gezelschap van vele dolfijnen en nieuw voor ons : walvissen ! Als apotheose zeilden we ’s morgens vroeg langs de actieve vulkaan Stromboli waar we vol ontzag staarden naar de rood-gele lavastromen.

Via de Liparische eilanden bereikten wij zo de Siciliaanse kusten met haar contrasten. Cefalu: wondermooi; Palermo met haar volkse en authentieke Balaria wijk en haar Catacomben van de Kapucijnen : het meest lugubere bezoek van onze reis.

Al hoewel we net voor ons vertrek uit Palermo nog af te rekenen kregen met een verstopte wc afvoerbuis (het kostte ons ettelijke nachtelijke uren om dit op te lossen), hoorden wij de roep van onze eindbestemming voor dit jaar. Zo zeilden wij via Trapani, Favignana, Marsala, Sciacca, Porto Empedocle uiteindelijke naar onze overwinteringshaven Licata.

We spoelen een aantal weken verder en ik bevind me plots negen hoog bij stralend weer uitkijkend over de haven van Blankenberge waar alles voor ons bijna 2 jaar terug begon. We vullen onze dagen met etentjes bij vrienden die benieuwd zijn of we verdikt dan wel gebruind zijn; babysitten voor onze drie kleinkinderen; aftellen naar de geboorte van ons vierde kleinkindje; schilderen, klussen en verbouwen bij onze eigen kids; helpen met auto- en appartementkeuzes; luisteren naar afgesprongen vrijages; scherven lijmen bij twee tachtigjarigen; chaperonne zijn op doktersbezoek en ga zo maar door. Dan kijk ik heimelijk over de Blankenbergse polders naar een stralende zuidelijke horizon waar ergens ver weg ons huisje veilig dobbert en waar het leven precies veel simpeler is…









  • Comments(0)//logboek.snow-goose.be/#post71